Romeinse forten (±40-±275)

©Het Utrechts Archief

 

Weliswaar was al eeuwen bekend dat Utrecht een Romeins verleden had, maar waar het Romeinse fort precies had gestaan wist niemand. Pas in 1929 werd door archeoloog A.E. van Giffen officieel vastgesteld dat dit op het Domplein was. In 1933 werd het onderzoek voortgezet door C.W. Vollgraff en C. van Hoorn. En ook toen werden Romeinse sporen gevonden die duidelijk verwezen naar een castellum, zoals funderingen van barakken.

Op 21 oktober 1933 werd in het Utrechts Nieuwsblad dan ook uit de doeken gedaan hoe de stad Utrecht was ontstaan.


©Het Utrechts Archief

 

Mensen kijken vanaf de putrand naar de opgraving op het Domplein in 1929. Onder in de vierkante put werden door Van Giffen resten gevonden van een Romeinse waterput. Ook werden er Romeinse ophogingslagen en scherven aardewerk gevonden.

Tijdens een opgraving in 1927 onder aan de Domtoren waren al Romeinse scherven gevonden, maar met de opgraving in 1929 werd officieel vastgesteld dat Utrecht een Romeins verleden had. Van Giffen had in 1929 al door dat het castellum van Utrecht vlak bij de splitsing van Rijn en Vecht had gelegen en daardoor in de Romeinse tijd waarschijnlijk belangrijker was dan het fort bij Vechten, dat mogelijk een vlootbasis was.



©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Dat ook op de Hoge Woerd in De Meern Romeinse bebouwing had gestaan, was allang bekend. Zo had de oudheidkundige Aernout van Buchell daar aan het einde van de 16de eeuw al Romeinse munten en dakpannen gevonden. Dat het ook echt om het castellum ging, werd pas duidelijk tijdens een opgraving in 1940. Net als op het Domplein heeft er maar weinig archeologisch onderzoek op het castellum in De Meern plaatsgehad. Deze 3D-reconstructie van het fort omstreeks het eind van de 1ste eeuw is dan ook vooral een impressie.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  De Romeinen bouwden hun forten altijd op strategische punten. Dat was ook het geval in Utrecht waar zowel het fort op het Domplein als in De Meern bij een riviersplitsing verrezen. In het geval van het Domplein ging het om de splitsing tussen de Rijn en de Vecht. Uit het laatste onderzoek is gebleken dat deze aftakking toen ongeveer ter hoogte van het Oudkerkhof lag, waarna de Vecht een bocht maakte richting de huidige Voorstraat.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

©Gemeente Utrecht

 

Tot het eind van de 2de eeuw waren de forten grotendeels van hout gebouwd, zoals op deze reconstructie goed is te zien. Alleen de belangrijke gebouwen, zoals het hoofdgebouw (principia), waren van natuursteen gemaakt. 

 

 

 

 

 

De houtbouw van het oorspronkelijke Romeinse castellum is een belangrijke inspiratiebron geweest voor de bekleding van het nieuwe Castellum Hoge Woerd dat in 2015 werd geopend.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  Uit verschillende onderzoeken valt af te leiden dat er in het castellum van het Domplein ook stallen waren voor paarden. Mogelijk was er dus een cavalerie-eenheid  gelegerd in de 1ste eeuw. Deze cavaleriebarakken, zoals in deze reconstructie, waren breder dan de gewone barakken voor manschappen.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  Het was van groot belang dat er voldoende voorraden waren in een Romeins fort. Zo stonden er graanopslagplaatsen binnen de muren van het fort. Om er voor te zorgen dat het opgeslagen graan niet ging broeien, was een dergelijke schuur vrij open gebouwd, zodat het goed kon doorluchten. Ook stond het op palen, zodat muizen en andere knaagdieren er niet in konden komen.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  Aan het eind van de 2de eeuw werd het castellum op het Domplein grotendeels in steen herbouwd. Het werd daarbij tegelijkertijd vergoot van 145x88 meter naar 152x124. De precieze reden daarvan is niet bekend. Mogelijk was de loop van de Rijn iets meer naar het noorden verplaatst. En om de daar afgemeerde vrachtschepen vanaf de muren van het fort goed te kunnen bewaken, was het dan noodzakelijk geweest het castellum naar het noorden uit te breiden.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  Vanaf maart 1940 vond er een proefopgraving op de Hoge Woerd plaats. Het doel was volgens de toenmalige onderzoekers Vollgraff en Van Hoorn om aan te tonen dat er daadwerkelijk Romeinse bebouwing op de Hoge Woerd was. Al snel werd er zwaar muurwerk van een rechthoekig Romeins gebouw gevonden. Op 4 mei 1940 werd de opgraving beëindigd. Het zwart geverfde Romeinse bekertje dat in een afvoerkanaaltje werd gevonden, is nu te zien op de expositie in Castellum Hoge Woerd. 

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  Met de onderzoeksgegevens uit 1940 en vooral het grondradaronderzoek uit 2006 is de plattegrond van het badhuis in kaart gebracht. Het is de enige complete plattegrond van een badhuis die langs de Romeinse grens in Nederland bekend is. Aan de hand daarvan en de gegevens die er zijn over Romeinse badhuizen in het algemeen is deze 3D-reconstructie gemaakt. Het badhuis lag stroomopwaarts van het fort, zodat het water niet te veel vervuild zou zijn.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

De plattegrond van het badhuis (links) is bij Castellum Hoge Woerd gevisualiseerd met perken van siergras en stalen banden met LED-verlichting. Daarin zijn de vaste onderdelen van een Romeins badhuis te herkennen, zoals een kleedruimte gevolgd door een koudwaterbad, een lauwwaterbad en een warmwaterbad met zijruimtes voor kleine zwemkuipen en stookinstallaties.

In Castellum Hoge Woerd (rechts), dat in 2015 haar deuren opende, is naast een museum ook een theater, een kinderboerderij en horeca is gevestigd. Het nieuwe gebouw staat bovenop de resten van een echt Romeins castellum en geeft een mooi beeld van de oorspronkelijke grootte van een Romeins fort. Om de onderliggende archeologie niet te beschadigen, is het nieuwe 'fort' op een speciale manier gebouwd.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Het Castellum Hoge Woerd is gebouwd op de contouren van het oorspronkelijke Romeinse fort. Hier is de reconstructie van het oorspronkelijke castellum geplaatst op de hedendaagse situatie. Links is de visualisatie van het badhuis te zien. De heuveltjes markeren de loop van de Rijn.

In Castellum Hoge Woerd is het Romeinse schip De Meern 1 te bekijken dat met alles erop en eraan aan het eind van de 2e eeuw gezonken is. Ook is er een tentoonstelling over 3000 wonen en werken in Leidsche Rijn. Daar zijn ook veel bijzondere Romeinse vondsten te zien.

 


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Naast het Romeinse fort lag de zogeheten vicus. Dat was een burgerlijke nederzetting waar de vrouwen en kinderen van de soldaten woonden. Ook hadden de handelaren en ambachtslieden en de plaatselijke kroegbazen daar hun werkplaatsen en herbergen. Hoewel er veel voedsel voor de soldaten per schip werd aangevoerd, zoals graan en olijfolie, werd er ook veel vlees geleverd door de lokale bevolking. De Romeinen waren grote rundvleesliefhebbers. Al werd er zeker ook lams- en schapenvlees genuttigd net als kip!

Hier een impressie van het de vicus bij het castellum op de Hoge Woerd.