Het Duitse Huis (1347-heden)

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Het eerste Utrechtse kloostercomplex van de Ridderlijke Duitse Orde werd kort na 1231 net ten zuidwesten van de toenmalige stad gebouwd. Toen de Hollanders de stad Utrecht in juni 1345 belegerden, werd het klooster in de brand gestoken, zodat de vijand zich daar niet achter kon verschuilen.

Twee jaar later begon de bouw van een nieuw klooster dat nu veilig binnen de stadsmuren kwam te liggen. Na de Reformatie van 1580 bleef de orde bestaan, maar werd wel protestant. Op dit panorama van M. van Hoorn uit omstreeks 1570 is de kerk van het Duitse Huis afgebeeld. (Het Utrechts Archief)


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Het oorspronkelijk kloostercomplex bestond uit een vrij lang hoofdgebouw met parallel daaraan een vrij smalle, hoge kerk. In 1347 werd als eerste aan de bouw van het hoofdgebouw begonnen. Op de begane grond bevonden zich een kapittelzaal en de refter (eetzaal). Op de verdieping was de slaapzaal en een ziekenzaal te vinden. Tegen de zuidzijde was de oorspronkelijke keuken gebouwd.  

De kerk is tijdens de grote storm van 1674 in elkaar gestort. Alleen de sacristie is bewaard gebleven. Wel zijn de fundamenten van de koorsluiting teruggevonden, die samen met enkele tekeningen waarop de kerk staat, een belangrijke bron waren voor de reconstructie. Kerk en hoofdgebouw lijken ongeveer even lang te zijn geweest.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Reconstructie van het kerkkoor. De uitbouw is de sacristie die als enige kerkonderdeel de storm van 1674 overleefde. Links de hoge trapgevel van het hoofdgebouw, waarin oorspronkelijk geen ingang zat.



 


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Hoe de kerk er in detail heeft uitgezien, is niet bekend. Aan de hand van verschillende gegevens is een vrij smalle maar hoge kerk gereconstrueerd. Die zou er aan de binnenkant zo hebben kunnen uitzien.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Omstreeks 1400 werd er voor het eerst een aparte woning gebouwd voor de commandeur van de Balije van Utrecht. Hij was het hoofd van deze Nederlandse vestiging, je zou hem een soort abt kunnen noemen. Van de eerste commandeurswoning zijn in de huidige woning nog zoveel bouwsporen aangetroffen dat een gedetailleerde reconstructie mogelijk was. Het huis had nog geen kelder en de noordelijke en zuidelijke trapgevel hadden grote schoorstenen aan de buitenzijde. Verder was er omstreeks 1400 nog een gebouwtje neergezet vlakbij het keukengebouw.


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  In het derde kwart van de vijftiende vonden er enkele
grotere veranderingen plaats in het kloostercomplex. De eerste daarvan was de bouw van een kluistoren tegen de noordgevel van het hoofdgebouw, waar het archief een veilige plaats kon krijgen. Daarnaast werd de commandeurswoning uitgebreid met een grote vleugel die doorging tot aan de Springweg. Zowel de oude woning als nieuwe vleugel kregen bovengrondse elders, waardoor de eerste verdieping een bel-etage werd.

 

 


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

  De oostgevel van het hoofdgebouw met rechts de eerste commandeurswoning en een deel van de nieuwe vleugel (rechts). Op de achtergrond is nog de kap van de kerk met de vieringstoren te zien.

©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Na de Reformatie van 1580 werd het complex steeds minder als klooster gebruikt. De ordeleden woonden in die tijd op hun eigen landgoederen en verbleven alleen voor vergaderingen in het Duitse Huis. Dat was ook de reden waarom de kerk na de storm van 1674 niet meer werd herbouwd. De ruïne bleef nog lang staan en werd pas in 1698 grotendeels weggehaald. De indrukwekkende westgevel werd in 1700 afgebroken. In de plaats daarvan kreeg het hoofdgebouw een rechte lijstgevel, die links is te zien op deze tekening van Jan de Beijer uit 1744. (Het Utrechts Archief)


©Daan Claessen Gemeente Utrecht

 

Tijdens de restauratie van het complex in de jaren 90 van de twintigste eeuw, is de oostgevel weer hersteld. De Ridderlijke Duitse Orde heeft in 1995 zijn intrek genomen in de voormalige commandeurswoning. Het kloostercomplex zelf is in 1999 in gebruik genomen als Grand Hotel Karel V. Vernoemd naar keizer Karel V die in 1545 en 1546 in het toenmalige kloostercomplex logeerde. (Het Utrechts Archief)